Home

Algemeen

Inleiding

In dit hoofdstuk presenteren wij de financiële ontwikkelingen. Allereerst geven wij u inzicht in het financieel meerjarenperspectief. Na een korte uitleg krijgt u op hoofdlijnen de financiële stand van zaken te zien en welke belangrijke ontwikkelingen hier van invloed op zijn geweest.
Aan het einde van dit hoofdstuk gaan wij in op de het structurele financiële beeld. Vanuit haar controlerende rol is de provincie vooral geïnteresseerd in ons structurele begrotingssaldo.

Op 13 juli jl. behandelde u de perspectiefnota. Deze werd gezien als een voorbereiding op de begroting 2022. De nota kwam in de plaats van de kadernota 2022 en de eerste bestuursrapportage 2021. Op deze manier kunnen we het ombuigingstraject (ZBB) zo goed en intensief mogelijk volgen. Het uitgangspunt van de begroting 2022 is de stand na de 2de bestuursrapportage in 2021. In de 2de bestuursrapportage ligt de focus met name op het huidige jaar. De septembercirculaire heeft wel een effect op het meerjarige begrotingssaldo maar de meerjarige effecten hiervan zijn nog niet bekend. Er volgt nog een correctie op ons saldo wanneer de effecten van de bestuursrapportage zijn verwerkt. Tot deze effecten van de rapportage bekend zijn is de perspectiefnota het uitgangspunt voor onze begroting 2022.

Hierna volgt een samenvatting van de mutaties ten opzichte van de Perspectiefnota. De mutaties delen we als volgt in:

Autonome ontwikkelingen

Financiële effecten van eerder genomen besluiten, verplichte aanpassingen van budgetten door maatregelen van het Rijk of de provincie en dergelijke.

Bestaand beleid

Budgetaanvragen om bepaalde taken anders te kunnen doen of op dezelfde wijze uit te kunnen blijven voeren.

Nieuw beleid

Middelen voor zaken die nog niet in de begroting zijn opgenomen, maar waarvan het voorstel is om dit te doen om de doelstellingen te behalen.

Technische wijzigingen

Budgetoverhevelingen naar een ander taakveld en kleine technische aanpassingen.

Exploitatie
(bedragen x €1.000)

Rekening
2020

Begroting
2021

Begroting
2022

Begroting
2023

Begroting
2024

Begroting
2025

Saldo na 2de Burap

1.224

91

-544

-2.370

-1.818

-514

Mutaties begroting 2022

Autonome ontwikkelingen

-256

-655

-562

-907

Bestaand beleid - actualisatie

113

348

521

895

Nieuw beleid - 1. Wettelijk

-135

3

3

3

Nieuw beleid - 2. Noodzakelijk

-397

-362

-362

-362

Nieuw beleid - 3. Wenselijk

-82

71

226

386

Totaal mutaties begroting

-757

-595

-174

15

Saldo begroting 2022-2025

1.224

91

-1.301

-2.966

-1.991

-498

Toelichting belangrijkste financiële ontwikkelingen

In onderstaand overzicht vind u de mutaties terug van ten minste €100.000. We hebben gekozen voor deze selectie om inzicht te krijgen in de grootste mutaties in de begroting 2022. De mutaties vind u ook terug in de afzonderlijke programma's.

Naam en omschrijving

Begroting
2022

Begroting
2023

Begroting
2024

Begroting
2025

Autonome ontwikkelingen

0.4 Overhead - I&A plan

-8

-79

-137

-259

Vervangingsinvesteringen op basis van wat afliep staat C begroting 2022 en verwerking informatieplan 2022-2025 saldo ambities uit financieringsoverzicht.

0.4 Overhead - Salarisstaat 2022

-297

-339

-339

-339

De salariskosten zijn met 2% naar boven aangepast, gebaseerd op de kennis die we op dit moment hebben van de ontwikkeling van de CAO van gemeenteambtenaren.

0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds- Effect meicirculaire 2021

-166

-479

-319

-539

De meicirculaire 2021 gemeentefonds is opnieuw beoordeeld en geeft aanleiding tot aanpassing van de Algemene Uitkering op de onderdelen herijking verdeelmodel en jeugdzorg. De (nadelige) aanpassing loopt op van € 166.000 in 2022 tot € 539.000 in 2025.

6.3 Inkomensregelingen - Bijstelling uitkeringen

365

365

365

365

Op basis van ervaringsgegevens stellen we de budgetten aan zowel de baten als de lasten kant bij. Het betreft budgetten van de participatiewet, IOAW, BBZ en bijzondere bijstand.

Bestaand beleid - actualisatie

0.4 Overhead - Verloop personeel/krappe arbeidsmarkt

-139

-139

-139

-139

We hebben een aantal medewerkers gevraagd de organisatie te verlaten binnen de periode van aanstelling bij wijze van proef. Het gevolg hiervan is dat deze medewerkers een beroep doet op een uitkering (onder meer WW). De gemeente is eigenrisicodrager waardoor de kosten uiteindelijk voor rekening komen van de gemeente.

Daarnaast is er sprake van een krappe arbeidsmarkt. Reguliere werving en selectie is hierdoor vaker niet genoeg. Hiervoor maken we vaker gebruik van specialistische externe werving en selectie.

0.61 OZB woningen - Areaaluitbreiding

35

82

129

223

De areaaluitbreiding conform woningbouwplannen hebben we meerjarig in de begroting opgenomen, hierbij zijn we uitgegaan van de realisatie vanaf 2023:
2022: 74 woningen
2023: 100 woningen
2024: 100 woningen
2025: 200 woningen

0.61 OZB Woningen - indexering OZB

83

167

252

339

De OZB woningen opbrengsten worden meerjarig geïndexeerd met 1,6%. BBP-index (conform meicirculaire 2021). Deze index is conform de in de perspetiefnota opgenomen uitgangspunten. De meerjarige raming is in strijd met de genoemde uitgangspunten.

0.62 OZB niet woningen -Indexering OZB

34

68

103

139

De OZB-opbrengsten voor niet-woningen worden meerjarig geïndexeerd met 1,6%. BBP-index (conform meicirculaire 2021). Deze index is conform de in de perspetiefnota opgenomen uitgangspunten. De meerjarige raming is in strijd met de genoemde uitgangspunten.

Verschillende taakvelden - Aanpassing afschrijvingen op basis van nota waarderen en afschrijven

130

169

148

324

Op basis van de nota waarderen en afschrijven worden alleen de activa met een hogere waarde dan € 10.000 geactiveerd. Naar aanleiding hiervan worden de activa met een aanvangswaarde lager dan € 10.000 versneld afgeschreven.

Nieuw beleid - 1. Wettelijk

8.1 Ruimtelijke ordening - Invoering Omgevingswet

-130

0

0

Het College heeft budgetten geraamd voor de invoering van de Omgevingswet, deze post is bedoeld voor de aansluiting op het digitale stelsel (DSO). In de begroting wordt ook budget geraamd voor het maken van het omgevingsplan. Er wordt voor €100.000 (2022) minder aan opbrengsten ontvangen op bestemmingsplannen. Er wordt voor €100.000 (2022) €300.000 (2023) €300.000 (2024) en €100.000 (2025) onttrokken uit de algemene reserve. Er wordt €130.000 (2022) €300.000 (2023) €300.000 (2024) en €100.000 (2025) meer uitgegeven aan inhuur projecten m.b.t. de omgevingswet.

Nieuw beleid - 2. Noodzakelijk

8.3 Wonen en bouwen - Bouwen voor behoefte

-277

-277

-277

-277

Om de woningbouw opgave te realiseren stelt het College voor om de personele capaciteit daarvoor uit te breiden (€427.000 in 2022 en 2023, €277.000 structureel vanaf 2024). Dit is nodig om de hoeveelheid toeneemt en de complexiteit van de opgaven.
€150.000 in 2022 en 2023 wordt gedekt uit de algemene reserve.

Nieuw beleid - 3. Wenselijk

0.61 OZB Woningen - Stijging OZB, jaarlijks 2%

0

109

220

334

Het College stelt voor de OZB woningen vanaf 2023 jaarlijks met 2% te verhogen, dit is bovenop de indexatie van 1,6% en de jaarlijkse areaaluitbreiding. Dit is nodig om daarmee de voorzieningen voor inwoners en ondernemers niet verder uit te hollen.

0.62 OZB niet-woningen - Stijging OZB, jaarlijks 2%

0

44

88

133

Het College stelt voor de OZB niet-woningen vanaf 2023 jaarlijks met 2% te verhogen, dit is bovenop de indexatie van 1,6%. Dit is nodig om daarmee de voorzieningen voor inwoners en ondernemers niet verder uit te hollen.

Structureel meerjarenperspectief

Op grond van artikel 189 van de Gemeentewet moet u erop toezien dat de begroting reëel en structureel in evenwicht is. Met structureel evenwicht wordt bedoeld dat structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Met reëel evenwicht wordt bedoeld dat de geraamde baten en lasten in de begroting en de meerjarenraming volledig en realistisch zijn.
Dit is ook het toetsingskader dat de provincie gebruikt. Dit geeft een andere beeld als in het financieel meerjarenperspectief. Hier gaan we uit van alle baten en lasten in een bepaald jaar, ongeacht of deze nu incidenteel of structureel zijn.

Wanneer wij de incidentele baten en lasten uit de begroting filteren dan ontstaat meerjarig het onderstaande beeld. De begroting laat een negatief beeld zien van 2022 t/m 2025.

Presentatie van het structureel begrotingssaldo

2022

2023

2024

2025

in € 1.000

Saldo begroting (voor verrekening reserves)

-887.508

-2.361.553

-1.540.764

-248.220

Toevoeging en onttrekking aan reserves

-414.258

-604.278

-450.377

-250.377

Saldo begroting (na bestemming)

-1.301.766

-2.965.831

-1.991.141

-498.597

waarvan incidentele baten en lasten (saldo)

144.342

-13.677

-11.754

82.835

Structureel saldo begroting (saldo baten en lasten)

-1.157.424

-2.979.508

-2.002.895

-415.762

Deze pagina is gebouwd op 10/29/2021 10:38:12 met de export van 10/29/2021 10:25:21